“De kiem van verandering zit in verbinding"

Armoede-experte Bea Cantillon in dialoog met OCMW-raadslid Dirk Avonts

“De druk op de mensen die geen plaats meer vinden binnen onze economie, neemt almaar toe. Niet alleen dreigen ze in de armoede te belanden, ook mentaal stijgt de druk. Dit door de toegenomen focus op sanctionering en controles. Maar heeft het wel zin om deze mensen te viseren in een markt waar onvoldoende (laaggeschoolde) jobs zijn?” Dat is dé vraag die Bea Cantillon zich stelt. Volgens de Antwerpse armoede-experte is het de taak van de huidige generatie beleidsmakers om na te denken over alternatieve formules om deze mensen een nuttige plaats in de samenleving te geven.”


14352124_1175077355905476_814788204740264574_o.jpgBea Cantillon neemt geen blad voor de mond. In een goed gevulde De Studio ging ze in gesprek met Dirk Avonts, OCMW-raadslid voor Groen in Antwerpen. Dit in het kader van A Plus, de stadsdialoog waarmee Groen zoveel mogelijk ideeën verzamelt om de grote uitdagingen aan te pakken waar Antwerpen voor staat. De strijd tegen de kinderarmoede is er daar één van. Meer dan een vierde van de Antwerpse kinderen groeit op in armoede. Een schandvlek die de stad al decennialang met zich mee sleept.

“Armoede is er altijd al geweest”, zegt Cantillon. “Alleen, de laatste jaren zien we dat het een heel specifiek probleem is geworden. Het risico op langdurige werkloosheid is vandaag heel selectief: het treft de laaggeschoolden. We weten op voorhand al wie er nooit een kans zal krijgen. Die realiteit mogen we niet langer ontkennen. Werklozen activeren volstaat niet want voor een groot deel van hen zal er op de markt zoals die vandaag bestaat toch nooit plaats zijn. We hebben een tewerkstellingsgraad bij laaggeschoolden van 40 %. Ter vergelijking: bij hooggeschoolden is er quasi volledige tewerkstelling."

Ook het discours is volgens Cantillon veranderd, zeker in de afgelopen tien jaar. “We slagen er niet in het armoedeprobleem op te lossen. En dus leggen we, als antwoord op die onmacht, de schuld bij de armen zelf. Wie arm is, heeft dat aan zichzelf te danken, klinkt het dan. Maar dat klopt natuurlijk niet. Het is het systeem dat niet langer functioneert. Het is niet aangepast aan de sociaal-economische noden van vandaag. De sociale welvaartsstaat kreeg vorm in een samenleving van arbeiders. Het is een systeem van sociale verzekering dat stoelt op twee principes: solidariteit en wederkerigheid. Wie werkt, is verzekerd bij tegenslag. Het is nog altijd een sterk systeem, maar niet meer aangepast aan deze tijd.”

Economisch onbruikbaar

“Het grote probleem van vandaag is namelijk dat we niet langer in een economie van arbeiders leven. Een deel van onze bevolking is economisch onbruikbaar geworden: de laaggeschoolden. Deze mensen vinden geen werk meer, en kunnen dus geen sociale bijdragen betalen. Ze bouwen dan ook geen rechten op in dit systeem en dat ondermijnt het draagvlak. Uiteraard zijn deze mensen nog wel nuttig voor onze samenleving. De grote uitdaging is om andere activiteiten mogelijk te maken voor deze groep, bijvoorbeeld binnen de sociale economie. We hebben een nieuw systeem nodig: geen verzekering, maar alternatieve systemen, zoals een economie van dienstencheques.”

Volgens Cantillon zijn de dienstencheques één van de weinige écht structurele maatregelen in de strijd tegen werkloosheid en armoede. “Want er zit zowel solidariteit als wederkerigheid in, het is een apart economisch systeem. Maar die cheques kosten veel geld. Armoedebestrijding is duur. We hebben aan de universiteit eens berekend wat het kost om het leefloon tot op het niveau van de Europese armoedegrens op te trekken. We kwamen op 3% van het bnp. Dat is enorm. Natuurlijk kunnen we dit realiseren, maar dan moeten we de belastingen veel progressiever maken. De rijken, maar ook de hogere middenklassen gaan minder krijgen. Dat is de grote operatie waar we voor staan en de prijs die we moeten betalen om armoede te bannen.”

Een nieuwe, solidaire samenleving

14361475_1174413719305173_6957881765502268483_o.jpgBetekent dit dan dat je op stadsniveau weinig kan doen in de strijd tegen armoede? “Natuurlijk wel”, reageert Cantillon. “Je kan heel veel kleine dingen doen. Grote veranderingen realiseer je niet op één dag. Je moet er een sociaal weefsel voor krijgen, een maatschappelijk draagvlak creëren voor een nieuwe, solidaire samenleving. Dat kan enkel van onderuit. Al die kleine projecten die vandaag door mensen worden opgestart, daar moeten we als stad in blijven investeren. Neem bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, een prachtig project, want het verbindt. En in alles wat verbindt, zitten de kiemen van verandering. Die gedachte van verbinding is vandaag jammer genoeg ver te zoeken. Bijvoorbeeld ouders straffen door de studietoelage af te pakken wanneer hun kind spijbelt, dat is misdadig. Het levert niets op. Want waar gaat het dan over? Over een alleenstaande moeder met een 17-jarige zoon die het al moeilijk heeft. Door die toelage af te pakken, geef je dit gezin nog één grote ruzie erbij. We moeten terug zorgzaam zijn en mensen omringen, in plaats van een beleid van straffen en sancties te voeren.”

Dirk Avonts deelt die mening. “Dat zorgzame zit eigenlijk vervat in de federale OCMW-wet. Artikel 1 daarvan stelt dat het de taak van het OCMW is om iedereen een menswaardig bestaan te geven. Alleen: dit wordt vandaag niet meer gerespecteerd. Nu is het vaak: hoe kunnen we de wet gebruiken om iemand net niet te helpen. Dat maakt het voor maatschappelijk werkers vandaag erg moeilijk. Het zit in hun DNA om mensen te helpen, maar ze moeten vandaag met een andere blik naar hun cliënten kijken. We moeten terug zorgzaam optreden. Mensen die het moeilijk hebben op een comfortabele manier opvangen en hen omringen. Vertrouwen is de snelste weg naar succes.”

“Jammer genoeg is dat vertrouwen in het huidige OCMW zoek”, meent Avonts. “Sommige mensen komen gewoon niet meer, ze worden afgestoten. Ze zoeken het zelf wel uit. En dan komen ze terecht bij mensen die misbruik maken van hun zwakke positie, zoals huisjesmelkers. Bij veel mensen gaat meer dan helft van het leefloon naar huur. Dat is heel onrechtvaardig. De stad kan paal en perk stellen aan huisjesmelkers, maar ze neemt geen enkel initiatief.”

Emotionele Intelligentie

“Er heerst vandaag een pestcultuur binnen het OCMW”, zegt Dirk Avonts. “Wie zijn leefloon wil behouden, moet 5 keer per week solliciteren. Maar voor een grote groep mensen heeft dit geen zin. Ze maken toch geen kans. We moeten onze focus durven verleggen, bijvoorbeeld door veel meer waarde te hechten aan emotionele capaciteiten. Een groot deel van de nieuwkomers kan zo aan de slag in de zorgsector. Ze hebben een sterke emotionele intelligentie, mede opgebouwd door de situatie in hun thuisland. Alleen, deze capaciteiten worden te weinig gewaardeerd binnen de huidige economie.”

14324295_1175077789238766_5025658842206915215_o.jpgBea Cantillon beaamt de grote discrepantie tussen IQ en EQ binnen het huidige economische bestel. “Vandaag richten we ons veel te veel op intellectuele capaciteiten. Maar je hoeft niet hooggeschoold te zijn om warmte en zorg te geven. Als we deze mensen laten meedraaien in woonzorgcentra krijg je ook als samenleving een return. Zo kom je tegemoet aan de voor-wat-hoort-wat-retoriek. Jobcreatie in de zorgsector is een heel goed idee. Die wederkerigheid is essentieel om een maatschappelijk draagvlak te creëren. Alleen, we mogen die wederkerigheid niet meer enkel op een puur economische manier benaderen. We moeten op zoek gaan naar niches van kwaliteitsvol werk en ook daar een systeem van een werkbonus op enten. Net zoals vandaag gebeurt met de dienstencheques.”

“We mogen ook niet vergeten dat de automatisering heel veel laaggeschoolde jobs heeft weggehaald”, zegt Cantillon. “En dat er in de toekomst ook veel jobs voor de middengeschoolden zullen verdwijnen. Het gevolg hiervan is dat hooggeschoolden de laaggeschoolden verdringen. Dit probleem wordt enkel groter. Wat is arbeid? Daar moeten we over nadenken. Waarvoor willen we subsidiëren als overheid? Wat willen we als samenleving? Het concept van arbeid moet worden verruimd. Zo komen we automatisch terecht bij het concept zorgarbeid. De jongste decennia is nog geen enkel vergelijkbaar land erin geslaagd om de kinderarmoede terug te dringen. We hebben af te rekenen met een structureel samenlevingsprobleem. Want wat er met de kinderen van vandaag gebeurt, geeft aan wat er met de welvaartsstaat in zijn geheel gaat gebeuren. Daarom is het meer dan ooit een noodzaak om out-of-the-box te denken.”

Tekst: Tim Torfs en Luc Franken
Foto’s: Bob Reijnders

Blijf je graag op de hoogte van het laatste nieuws van Groen Antwerpen, schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.

2 reacties

Check je e-mail om je account te activeren.
  • followed this page 2016-10-21 21:59:43 +0200
  • commented 2016-10-20 18:38:06 +0200
    Misschien is een basisinkomen voor iedereen wel een oplossing, de middenklasse van nu wordt ook armer, heel het economisch systeem wordt moeilijk om dragen zeker voor de jongeren. Werken en niets overhouden om eens een extraatje te kopen dat werkt niet motiverend.. Wie niet steelt of erft, werkt tot ie sterft…Onderwijs is niet meer haalbaar voor iedereen desondanks inspanningen die geleverd worden. Niemand lijkt nog met elkaar in dialoog te treden omdat ze in de ratrace zitten en het geld volgen, niet het welzijn van hun medemens. Sociaal isolement en eenzaamheid worden ondraagbaar, geen tijd meer voor elkaar en ziekte haalt je helemaal onderuit. Ik heb al werkende mensen ziek zien vallen en probeer dan eens te overleven op 60 procent… Er is iets grondig mis met ons systeem. Politici cumuleren mandaten, bekleden belangrijke posten en scheren hoge toppen en u zoekt een appartement aan een betaalbare prijs en vecht om de eindjes aan elkaar te knopen… Dit kan toch anders?