De week van de biolandbouw.
Een interpellatie door Vera Dua in het Vlaams Parlement ter gelegenheid van de week van de biologische landbouw.
Interpellatie van mevrouw Vera Dua tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, over de nood aan maatregelen om de biologische landbouw in Vlaanderen beter te ondersteunen
De voorzitter: Mevrouw Dua heeft het woord.
Mevrouw Vera Dua: Mijnheer de minister-president, afgelopen vrijdag is de aftrap gegeven van de bioweek. Het is goed dat de biosector elk jaar extra in de kijker wordt gezet. Biologische landbouw heeft een aantal belangrijke voordelen. Er is al veel onderzoek gebeurd naar biolandbouw, waaronder ook betwist onderzoek. Biolandbouw draagt bij tot het afremmen van de opwarming van de aarde. Er worden minder broeikasgassen uitgestoten.
Ook op het vlak van milieueffecten scoort de sector uitermate goed. Op het vlak van dierenwelzijn worden andere en betere normen gehanteerd dan in de gangbare landbouw. Minder pesticiden, minder kunstmeststoffen, minder intensieve bedrijfsvormen, het zijn allemaal enorme voordelen voor het milieu, voor de bodem en voor de biodiversiteit. De biolandbouw speelt een belangrijke rol als koploper op het vlak van duurzame landbouw en is daarom ook inspirerend voor de gangbare landbouw. Zo wordt de mechanische onkruidbestrijding, die afkomstig is uit de biolandbouw, nu ook goed toegepast in de gangbare landbouw. De biologische bestrijding wordt nu ook in de gangbare landbouw toegepast. De biolandbouw duwt de gangbare landbouw dus in een meer duurzame richting.
De biologische consumptie zit duidelijk in de lift. De Vlaming consumeert steeds meer biologische voeding. Hij doet dat om allerlei redenen. Het is gezonder en bovendien wordt rekening gehouden met het milieu. We stellen wel vast dat 40 percent van onze bioproducten ingevoerd wordt uit het buitenland omdat het aanbod van eigen bodem ontoereikend is. Dat betekent dat die inkomsten niet naar onze landbouwers maar wel naar buitenlandse landbouwers gaan. Dat is spijtig, ook vanuit ecologisch oogpunt.
Het biologische landbouwareaal is licht gestegen, maar het totale aantal gecertificeerde en omschakelende bedrijven is gedaald met twee eenheden. De bestaande biobedrijven zijn dus lichtjes uitgebreid, maar er komen er geen nieuwe bij. Momenteel bewerken de biologische telers 0,6 percent van het landbouwareaal. Daarmee zitten we ver onder het Europese gemiddelde van 4,3 percent. Sommige landen als Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Italië
presteren heel goed. Er zijn allerlei redenen waardoor het bij ons minder goed gaat, maar toch zou het beter moeten.
De grootste uitdaging waar u en de landbouwsector voor staan, is om landbouwers te motiveren voor de omschakeling van gangbaar naar bio. Het is niet de bedoeling dat iedereen vandaag of morgen overschakelt, maar het zou voor meer mensen een aantrekkelijk alternatief moeten bieden. De omschakelingsperiode is dikwijls een hinderpaal. Een landbouwer die bioboer wil worden, moet twee jaar wachten voor hij zijn producten kan verkopen als bioproducten en dus een betere prijs kan krijgen. Intussen liggen zijn kosten wel hoog en moet hij zijn teelttechniek en materiaal omschakelen. Die overbruggingsperiode is cruciaal en is vaak een rem voor de omschakeling.
Er is nu al een afzonderlijke financiële ondersteuning voor landbouwers in omschakeling. Een verhoging van die financiële ondersteuning kan een stimulans zijn om de stap te zetten. In Nederland bijvoorbeeld betaalt Campina gedurende twee jaar een extra toeslag aan haar melkveehouders die willen omschakelen. Als coöperatieve zorgt Campina ervoor dat die omschakelingsperiode wordt overbrugd. Het resultaat is dat van de 600 leden er ondertussen 100 zijn overgeschakeld. Misschien kan de Vlaamse overheid een analoog initiatief nemen.
Ook het onderzoek naar de economische, ecologische en sociale aspecten van de biologische landbouw moet zeker versterkt worden. Ik las onlangs dat u 2 miljoen euro extra wilt investeren voor strategische investeringen in de Vlaamse praktijk- en proefcentra. Uw doelstelling was de economische en concurrentiële positie van de Vlaamse land- en tuinbouw te versterken. Ik denk dat er zeker voor de biologische sector een afzonderlijk investeringskrediet moet komen. De biologische sector moet de kans krijgen zijn achterstand
in te halen.
Er zijn natuurlijk nog andere aspecten, zoals een goede begeleiding bij omschakeling, een betere organisatie van de afzet en het stimuleren van de korte keten. Deze aspecten bieden alternatieven op financieel vlak. Ik heb ondertussen het Strategisch Actieplan Biologische Landbouw 2008-2012 gelezen. Ik vind het een goede zaak dat op de vroegere actieplannen wordt voortgebouwd en dat de vroegere actieplannen niet zomaar worden losgelaten. Ik vind de tekst interessant, maar ook zeer vaag en weinig ambitieus. Mijnheer de minister-president, welke concrete maatregelen wilt u nemen om de biologische
productie te verhogen en het aantal biologische bedrijven in Vlaanderen te doen stijgen? Ik heb het hier niet over mooie intenties. Lijkt het u niet interessant om de landbouwers tijdens de omschakelingsperiode beter te ondersteunen? Bent u bereid in bijkomende financiële middelen te voorzien om het onderzoek naar biologische landbouw te stimuleren?
De voorzitter: Minister-president Peeters heeft het woord.
Minister-president Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, ik dank iedereen voor de tussenkomsten en voor de suggesties. Vanzelfsprekend bouwen we voort op wat onze voorgangers hebben gerealiseerd. Hier ligt nu echter een strategisch plan op tafel dat is goedgekeurd door de klassieke landbouworganisaties en door BioForum. Dat is nieuw. Spijtig genoeg stond men in het verleden nog te dikwijls met getrokken messen tegenover elkaar. De
enen waren de goeden, de anderen de slechten. De enen waren erg rendabel; de anderen modderden maar wat aan. Er leefden veel vooroordelen over elkaar. Die brede kloof is nu overbrugd. Ik maak me geen illusies: er moet nog veel gebeuren. Het Strategisch Plan 2008-2012 krijgt nu wel de steun van de organisaties, en dat is een mijlpaal die er op termijn voor zal zorgen dat veel hindernissen worden geruimd.
Ik heb twee documenten bij: het Strategisch Plan Biologische landbouw 2008-2012, met de titel “De biologische landbouw; partner voor een duurzame toekomst”, en het document “De biologische landbouw in 2007” van het departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie. Men kan u dat bezorgen, dan hoeft u dat niet uit de krant te vernemen. Later kunnen we daar misschien nog op terugkomen.
Wat de subsidies aan de biolandbouw betreft, vindt u de cijfers in het rapport terug. Uit de grafiek blijkt dat er een knik kan worden waargenomen voor de periode 2006-2007. Ik zou daar niet veel uit afleiden. Het cijfer voor 2007 ligt lager dan dat voor 2006, maar dat is niet het gevolg van een beleidsbeslissing. Dat cijfer geeft een beeld van de uitbetalingen, en niet
van besliste uitgaven, want wat dat laatste betreft, zet de stijgende trend zich door. De uitgaven voor promotie, onderzoek en voorlichting zijn veelal bestemd voor projectdossiers, en worden beïnvloed door het tijdstip en de kwaliteit van de afrekening die de uitvoerders bij de administratie indienen. Een afrekening die net voor of na nieuwjaar wordt ingediend, kan het verschil maken. Men moet die cijfers dus erg voorzichtig interpreteren. In het rapport
vindt u trouwens de uitleg terug die ik nu geef.
In 2007 heeft het beleidsdomein Wetenschapsbeleid, het IWT, de betaling van enkele onderzoeksprojecten uitgesteld, waardoor het uitgavencijfer is gedaald. De overheidsuitgaven voor de producent vertegenwoordigen 30 percent van de totale uitgaven. Deze uitgaven stijgen met 24 percent. Dat is het gevolg van de invoering van een nieuwe maatregel van het beleidsdomein Landbouw, waardoor sinds vorig jaar de controlekosten van biologische bedrijven gesubsidieerd worden. Dat is niet onbelangrijk. De tegemoetkoming dekt ongeveer 20 percent van de totale controlekost die de marktdeelnemer moet dragen. De voorzitter zei het al: boven op de 2 miljoen die het Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt in Beitem krijgt, heb ik 500.000 euro extra vrijgemaakt.
U ontvangt de tekst van het strategisch plan. Een aantal aspecten zijn al aan bod gekomen.
Een: zoals de heer Sintobin het al zei, de consument vraagt meer en meer naar biologische producten. De studies zijn niet zo nauwkeurig dat men kan zeggen dat het gamma uitbreidt dan wel dat de vraag naar bestaande producten groeit; wellicht gaat het om een combinatie van beide. Twee: mevrouw Dua heeft gelijk als ze stelt dat de eigen productie niet volstaat om aan de vraag te voldoen. Ik denk dat het cijfer van een invoer die aan 40 percent van de vraag beantwoordt, juist is. Het is natuurlijk wel zo dat we ook uitvoeren. Het zou echter spijtig zijn als onze landbouwers niet van die groeiende markt zouden kunnen profiteren. De kansen zijn er; men moet daarop kunnen inspelen. De sector groeit en vindt aansluiting bij de Europese dynamiek. De mogelijkheden die de markt biedt aan de sector, worden volwaardig ingevuld, zo luidt een uitgangspunt van het strategisch plan. Het plan bevat zes hefbomen.
Hefboom 1 is de keten en de marktontwikkeling. Een betere afzet van de Vlaamse biologische producten wordt gerealiseerd door samenwerking, integratie en afspraken over de keten- en marktwerking. Hefboom 2 is de biologische productie. De biologische productie moet stijgen in functie van de vraag, en de begeleiding en omschakeling naar duurzame of biologische productie moet
verbeteren. Dat gebeurt best door de organisaties die zich achter het plan hebben geschaard: ABS en de Boerenbond enerzijds en BioForum anderzijds.
Hefboom 3 is de verhoging van de rendabiliteit. Op dat vlak worden maatregelen voorgesteld. Hefboom 4 is onderzoek en kennisuitwisseling: daarvoor is 500.000 extra uitgetrokken. Hefboom 5 is communicatie en draagvlakverbreding. Naar aanleiding van een aantal studies is hier al door mevrouw Dua, de heer Sintobin en anderen gezegd dat soms hard werk wordt beschadigd door een nieuwsitem dat dikwijls op onjuiste feiten steunt. Er wordt gevraagd om
proactief te communiceren. Communicatie, sensibilisering en educatie verhogen het maatschappelijke draagvlak en creëren een positief beeld van de biologische sector. Hefboom 6 is de verbreding van het beleid. Ik zou daar kunnen op ingaan, maar dat is niet aangewezen. Belangrijk is wel dat dit strategisch plan en de zes hefbomen worden omgezet in een concreet actieplan. De productie in Vlaanderen moet op een rendabele wijze worden opgetrokken. We moeten landbouwers helpen de overstap te maken. Op 17 juni zullen we samen met de sector het Jaarplan 2009 opmaken en nagaan hoe we de financiële middelen
goed kunnen aanwenden. De heer Demesmaeker heeft het over de geïntegreerde landbouw. Ik denk dat we daartoe al stappen hebben gezet. De fruitsector is vrijwel helemaal omgeschakeld naar geïntegreerde landbouw. Die sector wordt trouwens gesubsidieerd door Flandria. Op dat vlak komt er dus een en ander in beweging.
Ik denk dat ik de belangrijkste elementen heb vermeld. Het bedrag van 500.000 euro als investeringstoelage is al vermeld. Boven op de normale werkingstoelage van 104.200 euro vanaf 2009 komt er een extra werkingstoelage van 160.000 euro voor de werking van het proefcentrum in Beitem. Dat bedrag zal worden aangewend voor de aanwerving van een bioingenieur, een deskundige en extra werkingsmiddelen voor de uitbating van de proefhoeve en de samenwerkingsverbanden met andere praktijkcentra.
Ik denk dat we de juiste aanpak hanteren. Ik ben erg blij dat zowel de klassieke landbouworganisaties als BioForum de kloof willen overbruggen. Ze verdienen daarvoor felicitaties. Dat is in het belang van alle landbouwbedrijven, maar ook in dat van de consument die meer bioproducten vraagt.
De voorzitter: Mevrouw Dua heeft het woord.
Mevrouw Vera Dua: Ik heb toch een paar bemerkingen. Het is een en-enverhaal. Het is belangrijk dat ook in de klassieke landbouw de stap naar de duurzame landbouw wordt vergemakkelijkt. Ik zou daarvoor niet te veel extra labels invoeren, want het wordt op de duur verwarrend. Het is wel belangrijk dat de geïntegreerde landbouw veld wint, want dat zorgt voor een meerwaarde.
Het is fundamenteel dat de landbouworganisaties meewerken. U zult zich misschien herinneren dat de Boerenbond naar aanleiding van het eerste actieplan een extra man voor biologische landbouw heeft aangeworven. Als ik me niet vergis, werkt die persoon daar nog. Dat is belangrijk. Ondertussen heeft de Boerenbond een nieuwe voorzitter, en ik hoop en vermoed dat die daar enige affiniteit mee heeft. In elk geval weet de heer Vanthemsche wat biologische landbouw is. Meer en meer zien de landbouworganisaties in dat er economische
kansen zijn waarop men moet inspelen. Ik hoop dat de landbouworganisaties er hun schouders onder zetten.
Ik heb nog een randbemerking. U zei dat uw administratie niet over cijfers over biologische landbouw beschikt, maar dat BioForum die heeft.
Minister-president Kris Peeters: Ik had het over de cijfers over biomelk.
Mevrouw Vera Dua: Ik hoop dat de landbouwadministratie toch zorgt voor een vorm van monitoring van de biosector. Ooit is daarvoor een aparte cel opgericht. Een aantal aspecten van de overheidssteun zijn afgenomen, zoals de steun voor de melkveehouders en het wetenschappelijk onderzoek. Daar zijn verschillende redenen voor aan te voeren. De controlekosten worden nu voor de helft terugbetaald, en dat is een goede zaak. Ik zou u echter willen vragen om nog meer inspanningen te doen om die sector te ondersteunen. Ik heb vernomen dat aan het strategisch plan gevolg zal worden gegeven via concrete actieplannen. Een van mijn belangrijkste opmerkingen was dat dit een kader is met mooie intenties, waar echter heel weinig concreets in staat. Ik hoop dan ook dat we na 17 juni het in de commissie kunnen hebben over de extra’s die in de sector zullen gebeuren. Ik wacht met ongeduld op de concrete actieplannen. Ik denk dat dit ook voor de sector geldt.


