8. Marij Preneel

Borgerhout (46j)

Marij woont in Borgerhout en is 46 jaar. Ze is districtsschepen in Borgerhout en ambtenaar.

Waar ben jij goed in?

Ik help graag mensen verder: iemand die in de knoei zit met zijn papieren, een vrouwenvereniging die een lokaal zoekt of een straat die groenslingers of fietsenstallingen wil. Maar ik help ook met plezier mijn moeder die prutst met haar e-mails of mijn kinderen die een werkje moeten maken voor Frans. Ik kan zelf lang niet alles, maar omdat ik graag en veel met mensen praat, ken ik vaak iemand die iemand anders kan verder helpen. Dan breng ik die bij elkaar, en als dat dan werkt, ben ik oprecht blij.

Wat is jouw favoriete Antwerpse woord?

Kouwen aap. Ik ben zelf in Leuven opgegroeid, maar mijn grootvader kwam uit Borgerhout en sprak zo'n magnifiek Antwerps. Als mijn grootmoeder de overschot van het zondags varkensgebraad serveerde, zei hij: "Wat is 't moeder, is 't weer kouwen aap vandaag?" Dan was mijn goesting om te eten helemaal over, en de zijne ook, geloof ik.

Hoe vul jij je vrije tijd in?

Ik houd erg van fietsen en lezen en zitten op een terras. Van die drie bezigheden is het toch vooral dat laatste dat ik het meeste doe in de zomer.

Wat is jouw meest kostbare bezit?

Moeilijke vraag. Ik ben niet erg gehecht aan spullen. Ik heb een paar mooie ringen, niet duur maar met een emotionele waarde. Die wil ik liever toch niet kwijtraken. En foto's natuurlijk, maar die heb ik in zo veel formaten opgeslagen dat de kans klein is dat ik ze allemaal verlies.

Wanneer ben jij gelukkig?

Ik kan heel blij worden van mensen die de handen uit de mouwen steken en samen een mooi project op poten zetten. Zonder poespas: iedereen draagt zijn steentje bij en het resultaat is zo schoon. Ik denk dan aan de Borgerhoutse reuzenstoet - met veel zelfgemaakte reuzen - maar ook aan de dames van Chams die tijdens de ramadan koken voor 100 vluchtelingen in het asielcentrum van Langemark of de kerstmaaltijd van Al Ikram in De Roma. Maar ik kan evengoed gelukkig zijn thuis, in de winter bij de kaasraclette, of in de zomer met een ijsje. Als het maar in goed gezelschap is.

Wat betekent ‘Antwerpen kan dat’ voor jou?

Antwerpen is een fijne stad om in te leven, maar zou nog veel beter kunnen zijn. Als we al het talent benutten van de mensen die hier wonen: de jongeren die nu zonder diploma de school verlaten, de Antwerpenaren met goede ideeen voor hun buurt. We moeten ruimte maken - ook letterlijk- voor initiatieven van onder uit. Wat je daarin investeert als stad, haal je er 100-voudig uit. Het is voor mij in de eerste plaats ‘Antwerpenaren kunnen dat’. Ook het beleid moet veel meer ambitie tonen, om van Antwerpen een gezonde, open, veilige en groene stad te maken voor elke Antwerpenaar. Een stad van de 21ste eeuw, nu lopen we een paar decennia achter, vrees ik.