Einde uitvoeringsplannen op betaling: eindelijk terug algemeen belang op 1
25 Juni 2025
Meer dan 10 jaar nadat Rob Van de Velde (NV-A) startte met de omstreden 'Ruimtelijke Uitvoeringsplannen tegen betaling', verdwijnt het systeem eindelijk. Het consequente oppositiewerk tegen een systeem waar belangenvermening steeds om de hoek loerde, werpt zijn vruchten af. Tijdens de jongste budgetbesprekingen moest schepen van stadsontwikkeling Patrick Janssens (Vooruit) na vragen van Ilse van Dienderen (Groen) toegeven: de stad Antwerpen heeft het systeem van ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) op betaling begraven. Een opmerkelijke bocht, en vooral: een bevestiging van wat Groen al die tijd zei. Dit systeem was fout: het diende niet het algemeen belang, maar de belangen van projectontwikkelaars.
Een praktijk met een lange voorgeschiedenis
De praktijk werd in 2013 ingevoerd onder toenmalig schepen Rob Van de Velde (N-VA). Ontwikkelaars die snel hun bouwproject wilden zien vergund, konden betalen voor het opmaken van een RUP. De redenering was eenvoudig: met het geld van de ontwikkelaars kon de stad de studies laten uitvoeren om zo (sneller) op hun plannen in te spelen. Een systeem dat onder het mom van efficiëntie vooral de deur opende naar vermenging van belangen. Zijn opvolger, Annick De Ridder (N-VA), zette deze praktijk niet alleen verder, maar breidde ze gretig uit. In 2022 gaf ze nog aan dat er maar liefst twaalf RUP’s (Ruimtelijke Uitvoeringsplannen) in omloop waren waarvoor de ontwikkelaars de rekening betaalden. Ilse van Dienderen klaagde de aanpak van betalen voor een RUP aan in de Pano-aflevering 'Bouwpromotor baas?' (specifiek deel over project Ghelamco aan Katwilgweg op Linkeroever vanaf 20:54). Ook bij de Slachthuissite (Triple Living), Hoekakker in Ekeren en het Tolhuis in Antwerpen werd deze praktijk toegepast..
Juridisch en politiek omstreden
Van bij het begin wees Groen op de grote risico’s van deze aanpak. Volgens de wet moet een RUP het algemeen belang dienen, niet de wensen van private partijen. Door ontwikkelaars te laten betalen voor een plan dat hun eigen bouwproject mogelijk moet maken, komt de geloofwaardigheid van het hele beleid op het spel te staan. Zelfs al behoudt het schepencollege formeel de eindverantwoordelijkheid, de perceptie (én het risico) van belangenvermenging is reëel. Dat werd ook duidelijk bij het verslag van de auditeur van de Raad van State vorig jaar het RUP Pelikaanstraat vernietigde. De vernietiging gebeurde op basis van technische gronden, zoals het gebrek aan een analyse van windhinder, maar de onderliggende context (een RUP op maat van een project, mee gefinancierd door de initiatiefnemer) speelde duidelijk mee.
De prijs van een roekeloos beleid
“Dit is een immense mea culpa.” Ilse van Dienderen, Groen-gemeenteraadslid
Het feit dat schepen Janssens de praktijk nu afschaft, is een late, maar belangrijke erkenning van de foute aanpak van de afgelopen jaren, inclusief de vorige bestuursperiode waarin Vooruit ook in het stadsbestuur zat. Intussen blijft de vraag of de eerdere ‘betaalde RUP’s’ juridisch nog overeind zullen blijven en Janssens zo alsnog de prijs betaald voor het roekeloze beleid van De Ridder.
Kwaliteit voor de buurt boven rendement voor ontwikkelaars
Nu het systeem eindelijk wordt verlaten, ontstaat er opnieuw ruimte om ruimtelijke uitvoeringsplannen echt te laten vertrekken van wat een stad nodig heeft en niet van wat een investeerder of eigenaar wil. Hopelijk betekent dit ook een trendbreuk naar kwalitatieve projecten die vertrekken vanuit de meerwaarde voor de buurt en de stad, niet vanuit de meerwaarde voor de ontwikkelaar.
Als oppositiepartij blijft Groen de vinger aan de pols houden. Want dit kleine zinnetje in een commissievergadering mag dan discreet zijn uitgesproken, de impact is groot. En het toont: blijven duwen waar het wringt, loont.