Antwerps stedelijk onderwijs verliest 52 leerkrachten door Vlaamse besparingen
25 Juni 2026
De besparingen van minister Demir treffen het stedelijk secundair hard, net nu het capaciteitstekort en de zorgnood pieken.
Antwerpen, 25 juni 2026 - De Vlaamse onderwijsbesparingen treffen het Antwerpse stedelijk onderwijs hard. In het secundair onderwijs alleen al verdwijnen 52,2 voltijdse leerkrachten. De besparing loopt langs drie kanalen: de degressieve financiering voor kleinere leerlingengroepen daalt met 10% (22,65 VTE), de middelen voor de vervolgcoaches in OKAN worden geschrapt (20,55 VTE) en de middelen voor de scholengemeenschappen verminderen (9 VTE). Dat bevestigde schepen Ait Daoud in de gemeenteraadscommissie (vanaf 19u35).
"Vlaanderen bespaart op de begeleiding van de leerlingen die ze het hardst nodig hebben," zegt gemeenteraadslid Marij Preneel (Groen). "In Antwerpen is er extra nood aan ondersteuning in de klas. Wie op zo'n moment de vervolgcoaches schrapt die nieuwkomers de weg wijzen in ons onderwijs, doet de werkdruk voor leerkrachten stijgen en slaagkansen voor jongeren dalen."
In het stedelijk secundair onderwijs heeft 33,6% van de leerlingen schoolse vertraging, tegenover 22,2% in Vlaanderen. Die vertraging is een belangrijke voorspeller van vroegtijdig schoolverlaten: van de leerlingen met twee jaar achterstand of meer verlaat ongeveer de helft het secundair zonder diploma. De druk concentreert zich in de B-stroom. In het stedelijk onderwijs zit 35% van de leerlingen in de B-stroom. Dat is meer dan dubbel het Vlaamse gemiddelde. Deze groep heeft ook de grootste taalachterstand: 41% haalt de basisgeletterdheid lezen niet.
"Als we alle talent willen benutten en jongeren lanceren voor een succesvolle loopbaan, is extra investering nodig in onderwijs. In plaats daarvan wordt er bespaard," zegt Preneel. "De gevolgen laten zich raden: de werkdruk zal nog stijgen voor de overblijvende leerkrachten en de slaagkansen voor de meest kwetsbare leerlingen zullen verder dalen. We verspillen talent tegen 100 per uur."
De besparingen komen bovendien op het slechtst denkbare moment. Na afloop van de Meld je aan-procedure in mei hadden bijna 2000 Antwerpse jongeren (dat zijn 100 klassen) nog geen plaats toegewezen in het secundair onderwijs. Voor de B-stroom is er na de vrije inschrijvingen nog steeds geen enkele plaats meer over. De situatie gaat niet enkel op voor het stedelijk net: ook directeurs van de grote secundaire scholen in andere netten luidden eerder de alarmbel over leerkrachten en middelen die verdwijnen.
"N-VA speelt met de toekomst van onze kinderen," vervolgt Preneel. "Je kan niet tegelijk beweren zoals de schepen doet dat je niemand loslaat en tegelijk weigeren te beloven dat elke jongere een plaats in de klas zal hebben op 1 september."
Groen herhaalt zijn eis voor een stedelijke taskforce onderwijs die de capaciteit en de gevolgen van de besparingen samen aanpakt. Deze crisis overstijgt voor Groen ondertussen de bevoegde schepen en vraagt aandacht en financiële inspanningen van het hele college.
"Onderwijs is een basisrecht, geen gunst," besluit Preneel. "Het kan niet dat in een rijke stad als Antwerpen niet elke jongere een volwaardige plek op school krijgt."